De financiele reserves van de gemeente Venray dalen de komende jaren aanzienlijk. In navolging van de accountant, die aangeeft het eigen vermogen van Venray aan de lage kant te vinden, spreekt nu ook de voltallige oppositie zich kritisch uit over de zorgwekkende ontwikkeling.
Drie weken terug maakte het gemeentebestuur bekend dat het algemene reserve, het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente, de afgelopen jaren fors is gedaald. Van 22,1 miljoen in 2013 naar 15,6 miljoen eind vorig jaar. Een flinke streep door de rekening is de vervroegde afschrijving van parkeergarage De Gouden Leeuw. Als gevolg daarvan is de algemene reserve met 6,8 miljoen euro geslonken. Bovendien werd ook het verlies uit Greenport Venlo, in totaal meer dan 5 miljoen bedragend, uit deze pot gedekt. Ook de komende jaren is van positivisme geen sprake. Het bedrag, dat moet dienen als buffer voor financiële tegenvallers, blijft naar verwachting afnemen tot 7,9 miljoen in 2021.
In de algemene beschouwingen op de voorjaarsnota reageren partijen op de ineenstorting van het eens zo stabiele bedrag. PvdA-fractievoorzitter Henk Bisschops maakt zich ernstig zorgen en vindt dat Venray het algemene reserve aan het uitputten is. Eind dit jaar blijft van de huidige 15,6 miljoen euro zo’n 11 miljoen euro over. Belangrijkste oorzaken zijn het nieuwe parkeerbeleid, Ooijen-Wanssum en de onzekere afbouw van Kunstencentrum Jerusalem. Bisschops vraagt zich af of kosten niet te gemakkelijk ten laste van deze pot komen. Ook de SP is kritisch, evenals PP2, InVENtief en VVD. Ondanks de winst die de gemeente het afgelopen boekjaar behaalde, respectievelijk 5,1 miljoen euro, is er volgens de socialisten ‘geen enkele reden om trots te zijn’. De partij vindt dat het relatief geringe bedrag een zware last legt op het nieuwe college, dat na de verkiezingen van maart 2018 zal worden gevormd.
De voorjaarsnota wordt behandeld tijdens de raadsvergadering van 27 juni. Omdat het verleden leert dat behandeling veel tijd vergt, stopt men halverwege en wordt de bespreking op 4 juli voortgezet.