
Op woensdag 30 juni is het onafhankelijke rapport verschenen van bureau Berenschot naar de handelswijze van wethouder Loonen bij grondtransacties in het Loobeekdal. De belangrijkste conclusie is dat Loonen voor het overgrote deel handelde in lijn met de geldende gedragscode integriteit en de wet- en regelgeving.
Het rapport
Wethouder Loonen heeft de besluitvorming in het dossier Loobeekdal niet beïnvloed in zijn eigen voordeel of dat van zijn familie. Ook is de wethouder voldoende transparant geweest richting de burgemeester, het College van B&W en ambtenaren over zijn belangen in het Loobeekdal en de gronddeal. Hij handelde niet met voorkennis en er is geen sprake geweest van een voorkeurspositie of voorkeursbehandeling. Het rapport maakt verder duidelijk dat wethouder Loonen een goede deal heeft gesloten met Waterschap Limburg over de gronden in het Loobeekdal. Gebleken is dat dit niet in verband staat met zijn functie als wethouder, maar een direct resultaat is van goede onderhandelingen en de belangrijke strategische grondpositie die de wethouder al had voordat hij wethouder werd.
Oplettend en transparant
Bureau Berenschot stelt verder dat wethouder Loonen altijd zeer oplettend en transparant is geweest in zijn handelen, maar dat er wel specifieke situaties zijn geweest in het onderhandelingstraject met Waterschap Limburg waarbij enige schijn van belangenverstrengeling is ontstaan, zonder dat er daadwerkelijk belangenverstrengeling is aangetoond. Bijvoorbeeld doordat Loonen, volgens geïnterviewden, soms optrad als woordvoerder namens de familie en tijdens de onderhandelingen samen optrad met zijn familie. Het zou passender zijn geweest als Loonen zich, tijdens de onderhandelingen, vaker liet vertegenwoordigen door een extern adviseur en zelf een terughoudende rol zou hebben vervuld. Het rapport doelt verder op een gesprek dat heeft plaatsgevonden tussen Loonen en voormalig dijkgraaf Driessen, waarbij geen ambtelijke ondersteuning aanwezig was.
Advies
Bureau Berenschot besluit het rapport met enkele aanbevelingen. Die gaan over meer transparantie om in de toekomst de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Zo adviseert het bureau om de lijst met nevenfuncties van bestuurders te actualiseren en publiceren zodra er wijzigingen zijn, in plaats van jaarlijks, zoals dat nu gebeurt. Ook het inzichtelijk en openbaar maken van noemenswaardige onroerende zaken van bestuurders is een advies en het bijhouden van een lijst met onderwerpen waarbij bestuurders zich onthouden van beraadslaging en besluitvorming. De burgemeester krijgt het advies om transparanter te zijn richting gemeenteraad over mogelijke integriteitsrisico’s bij wethouders. En een bestuurder die als privé persoon onderhandelt met een (andere) overheid, wordt geadviseerd zich te laten vertegenwoordigen door een onafhankelijk tussenpersoon. Verder adviseert het bureau een meldpunt open te stellen waarop inwoners in vertrouwen, maar niet anoniem, integriteitsmeldingen kunnen doen.
Tot slot stelt het bureau dat een functie als wethouder Grondzaken te verenigen is met veel privé grondbezit, als dit ten minste zorgvuldig en transparant georganiseerd wordt.